Happy ¡Hola!

Het is elke keer weer smullen van het Spaanse weekblad, ¡Hola! Het magazine geeft een gezellig inkijkje in de wereld van prinsessen, filmsterren en andere rijke en vooral mooie mensen die knus met elkaar samenleven in een elitair Utopia. De vrouwen gaan slechts gekleed in haute couture, ze wonen in stedelijke 16e eeuwse paleizen met een tuin op het zuiden en hebben een esthetisch verantwoorde poolboy in dienst.

Geen nummer is compleet zonder Prinses Letizia, de echtgenote van de Spaanse troonopvolger, Felipe. Immer hand in hand met haar man, vriendelijk glimlachend en onberispelijk gekleed. Mijn kapster zegt dat ze anorexia heeft en dat ze al eerder getrouwd was en ook nog met een andere man heeft samengewoond. Vast allemaal roddel en achterklap. Want in de ¡Hola! wereld van de Spaanse adel is alles goud wat er blinkt. Onbevlekt welteverstaan.

Zo is de rampspoed van het Spaanse Koninklijke Huis het afgelopen jaar bijna geheel aan het blad voorbij gegaan. In het annus horribilis van koning Juan Carlos liep er een rechtszaak tegen zijn schoonzoon (Iñaki Urdangarin) wegens verdenking van corruptie. Bovendien belandde de 13-jarige koninklijke kleinzoon in het ziekenhuis na een jachtongeluk waarbij hij zichzelf in de voet schoot.

Daarbij is het staatshoofd ook nog eens beschermheer van het Wereld Natuur Fonds. Een status die niet goed samengaat met zijn laatste faux pas waarbij hij gedurende een jachtsafari in Botswana ongelukkigerwijs viel en zijn heup brak. Een kleine blamage op zijn toch al niet smetteloze jachtblazoen. In de internationale pers fluistert men dat hij tijdens de reis begeleid werd door zijn veel jongere vriendin, de 46-jarige Duitse prinses Corinna zu Sayn-Wittgenstein-Sayn. De Volkskrant bericht vandaag dat het Spaans koningspaar hun gouden jubileum niet gaat vieren. Het kan ¡Hola! niet deren. Het ongeluk komt voorbij in een enkele regel en het artikel keutert vervolgens verder over het voorspoedige herstel van de koning.

Vaste prik is ook de flamboyante Hertogin van Alva, de adellijke dame die op 85-jarige leeftijd besluit tegen de wens van haar zes kinderen voor de derde keer in haar leven in het huwelijk te treden. Deze keer met een titelloze, ongefortuneerde 25-jaar jonger groen blaadje. Ze is waarschijnlijk de enige die de rode pen van de redactie overleeft met een laat ik het een ‘onfortuinlijk’ gelaat noemen. Ter compensatie van haar merkwaardige uiterlijk heeft ze dan ook 46 adellijke titels en een geschat vermogen van € 3 miljard.

Heel af en toe is er aandacht voor groot leed, zoals het ongeluk van onze prins Friso. Kleiner verdriet zoals een echtscheiding komt alleen ter sprake bij een verse minnaar, het uitbrengen van een nieuwe film of het verhuizen naar een nog groter paleis. Voor de rest is al het nieuws goed. In de ¡Hola! gaan nieuwbakken vaders er niet met de vooralsnog strakke en kinderloze nanny vandoor. Nee, hier zijn de baby’s roze, de kersverse vaders trots en natuurlijk hebben de moeders binnen twee weken hun oude figuur weer terug.

Dat het soms klatergoud is wat er blinkt ach, de smeerolie van de dokterswachtkamer verkoopt glamour en hoop in een roze gekleurde wereld.  En dat is prettig in deze tijd, waarin financiële crises wedijveren met opeenvolgende milieurampen voor een plaatsje op de voorpagina’s van de kranten.

De vader, de zoon en de geest

Deze heilige drie-eenheid hing jaren bij ons op de koelkast*. Een soort camp reclame voor zonnebrillen, drie voor de prijs van één! In mijn jeugdige naïviteit vond ik dat wel lollig.

Dat was het natuurlijk niet, want deze poster en zijn vele broertjes waren het symbool van de dictatuur. Te vinden als banner boven de straten, op autoruiten geplakt, boven de toonbank van winkels en in de huiskamers van de meeste burgers.

Hiermee probeerde de Syriër zijn loyaliteit aan het regime uit te drukken, want enig vermoeden van vermeende ontrouw, protest of grap ten koste van de Assads of de Baath-partij werd bestraft met onbepaalde tijd in de gevangenis.

De vader

Hafez al Assad (1930 – 2000) was president van Syrië vanaf 1970 tot aan zijn dood. Hij kwam aan de macht na tientallen jaren van politieke onrust. Zijn Baathpartij is gecreëerd op Sovjet blauwdruk, inclusief de geheime politie. Wat in Rusland de KGB was, is de Moeghabarat in Syrië, de geheime dienst waarvan het de belangrijkste taak is om de burgers te bespioneren.

Onder zijn bewind werd godsdienstvrijheid in de Syrische grondwet verankerd en kwam er stabiliteit in het land. Op een kleine elite na had het overgrote deel van de Syriërs in die tijd minder dan U$ 200 maandelijks te besteden. In deze socialistische heilstaat had iedereen een dak boven zijn hoofd, medische zorg en voldoende te eten.

Een van zijn belangrijkste wapenfeiten was dat hij samen met zijn broer verantwoordelijk was voor de slachting in Hama, waarbij 5.000 tot 10.000 militante moslims vermoord werden om een beginnende opstand in de kiem te smoren.

 De zoon

Bassel al Assad (1962 – 1994), oudste zoon, gedoodverfde opvolger, macho, gelauwerd ruiter in eigen land, stierf op weg naar het vliegveld bij een auto-ongeluk. Sindsdien wordt door de Syrische media aan hem gerefereerd als ‘martelaar voor het volk’. Welke vorm van marteling hij ondergaan heeft ten behoeve van de Syriërs is niet helemaal duidelijk.

De geest

Bashar Al Assad studeerde oogheelkunde in Londen. Een beetje een klunzige man, die weinig interesse leek te hebben in politiek. Hij werd tot opvolger benoemd na de dood van zijn vader.

Tijdens zijn eerste weken in het bestuur liet hij weten niet gediend te zijn van persoonsverheerlijking. Hierna verdwenen de posters met zijn afbeelding een tijdje uit het straatbeeld.

Hij stond ook mobiele telefoons, internet en satelliet tv toe. Voor die tijd waren deze verboden door het regime. Er leek even een Arabische lente op te luiken. Maar een zwaluw maakt nog geen zomer, binnen een aantal jaren waren de posters terug en daarmee werd het politieke beleid ook steeds meer gevoerd in de geest van zijn vader.

Hij erfde van zijn vader dan ook een tot op het bot verdeeld land. De belangen van de etnische minderheden, zoals de regeerde Alawieten stroken vaak niet met die van het grootste deel van de bevolking, de soennitische moslims (74%).  De christenen vormen 10% van de bevolking, er is een joodse gemeenschap met circa 1500 leden.

Daarbij komt nog eens dat Syrië een moeizame relatie heeft met de meeste van zijn buren Schaarsheid van water zorgt voor conflicten met Turkije, olierijkdom op het grensgebied zorgt voor frictie met Irak, de militaire aanwezigheid in Libanon werd niet op prijs gesteld door de locale bevolking en met Jordanië zijn er wat onopgeloste kwesties met het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk.

Last but not least, Israël. Het land dat door de Syriërs consequent Palestina wordt genoemd.  Het land dat de Golanhoogte bezette tijdens de  Zesdaagse Oorlog van 1967 en het annexeerde in 1981. Het gebied valt voor een groot deel samen met het Syrische gouvernement Quneitra. Gelegen op nog geen 75 km vanaf Damascus is dit een ideale raketbasis voor het buurland.

Kortom het land bestaat bij de gratie van een fragiel evenwicht, geen wonder dat de UN, noch de Arabische Liga durft in te grijpen in dit kruidvat.

In ieder geval lijken de Syriërs toch van Basjar te houden, want in 2007 werd hij herkozen voor een periode van zeven jaar met 97.62% van de stemmen. Dat er geen tegenkandidaat was, ach een kniesoor die daarop let.

Bronnen:

  • Wikipedia
  • Index Mundi
  • Syrian Arab News Agency

* van 1996 – 2000 woonde ik in Syrië.

Gele maan verplicht voor cavia

De Partij van de Autochtone Knaagdieren (PVAK) meldt dat het recent ingestelde telefoonnummer (144) van de caviapolitie een doorslaand succes is*. In korte tijd is het meer dan 40.000 gebeld door bezorgde landgenoten. Klachten variëren van licht gezeur over aanstootgevend gedrag van cavia’s tot het aangeven van serieuze misdaden tegen de autochtone korenwolf.

Om dit succes te bekrachtigen gaat het PVAK het volgende doen: voortaan zullen de verklikte cavia’s verplicht een gele maan op hun vachtbedekkende kleding moeten naaien. De regering zal dit stilzwijgend gedogen.

Bij meerdere gele manen wordt een proces overbodig geacht en zullen de veelplegende cavia’s per trein afgevoerd worden naar tuigdorpen. Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus van Infrastructuur en Milieu staat er persoonlijk garant voor dat het verwachte massatransport  van overlast veroorzakende cavia’s  efficiënt zal verlopen, hoewel een enkele keer een cavia kan flauwvallen door de grote drukte.

Om deze maatregel te bekostigen zullen de cavia’s te werk gesteld worden en na enige tijd vergast. Uiteraard gaan gouden tanden en brilletjes de recycling in. De vachten zullen in eerste instantie verwerkt worden tot geinige lampenkapjes en handtasjes.

De PVAK verwelkomt verdere ideeën voor het gebruik van de caviahuiden. Deze kunnen achter gelaten worden in de ruimte hieronder.

*zie persbericht 11 februari 2012 op deze site.

De Caviapolitie

Sinds 2008 is er een massale migratie van de gesluierde cavia naar Limburg. Deze omvangrijke knaagdierimmigratie leidt tot veel problemen voor de autochtone korenwolf (hamster).

De omvang van de populaties in alle leefgebieden nam de laatste jaren met meer dan 60% af door overlast, vervuiling, integratie- en huisvestingsproblemen door de komst van de cavia.

Daarbij dragen de allochtonen vaak ook nog eens vachtbedekkende kleding, hiermee sluit de cavia zich af van de buitenwereld door zich onherkenbaar te maken voor de ander. De boodschap die bovendien met het dragen van de sluier wordt afgegeven is: ‘Ik wil niet meedoen aan het maatschappelijk verkeer tussen knaagdieren. Ik wil niet op gelijkwaardig niveau communiceren met mijn mededieren. Men mag mij niet zien. Ik sta buiten jullie samenleving. Het is jullie samenleving, niet de mijne.’

Voor veel mensen vormen deze zaken een serieus probleem. Klachten worden echter vaak niet gemeld, omdat men het idee heeft dat er toch niets mee wordt gedaan. Als één van de weinige partijen is de Partij voor Autochtone Knaagdieren (PVAK) vanaf het begin tegen de openstelling van de grenzen voor cavia’s en andere allochtone knaagdieren. Gezien alle problemen die samengaan met de massale komst van met name cavia’s, is die opstelling terecht gebleken. Onlangs heeft de PVAK dan ook tegen verdere openstelling van de grenzen gestemd.

Heeft u ook overlast van cavia’s?  De Partij voor Autochtone Knaagdieren heeft daarom met succes gepleit voor een speciale afdeling binnen de politie, die optreedt bij korenwolfmishandeling, hulp verleent en probeert verder leed te voorkomen. De caviapolitie in Nederland is te bereiken via het telefoonnummer 144.

Enkeltje Venlo

De hiërarchie onder treinen is zoiets als het kastenstelsel in India, dat weet ieder die Thomas de Trein aan zijn kinderen heeft voorgelezen. De rangorde begint onderaan met een stoptrein, de intercity vormt de middenstand en de TGV is natuurlijk de Brahmaan onder de treinen.

Vroeger voordat er herfstblaadjes op het spoor lagen, was het helemaal duidelijk. De tochtige, kreunende stoptrein met kapotte stoelzittingen was de onderkaste, terwijl bij de snobistische buurman, de intercity, een krantje en een croissantje geserveerd werd in een aangenaam verwarmde coupé.

Deze rangen en standen in treinenland leken tot voor kort in geel staal gegoten. Zo zou een als sprintertje geboren trein nooit een intercity kunnen worden.

De laatste jaren lijkt de nivellering toegeslagen bij het Spoor. Wie weet nu nog wat het verschil is tussen een sprinter en een stoptrein? Of een sneltrein en een intercity?

Afgaande op het wereldnieuws zou het onderscheidend vermogen van de Nederlandse trein voornamelijk nog in de WC zitten. Dat wil zeggen, de intercity heeft er één en de stoptrein niet.

Niet waar, merkte ik al zoekende naar de sanitaire snelstop op de intercity van Den Haag naar Venlo. Toch is dit nog wel logisch.

Deze trein rijdt namelijk niet in één keer naar Venlo. Nee, deze komt op dit traject meerdere keren tot stilstand, namelijk in Rotterdam én in Breda, Tilburg enzovoort. Dus is het eigenlijk een stoptrein en dus closetloos.

Tot nu toe spoort het nog allemaal op rolletjes. Pas groot wordt mijn verbazing in Eindhoven, waarna deze als intercity aangekondigde trein doorstopt naar Helmond, Helmond Brouwhuis, Deurne en Horst-Sevenum alvorens in Venlo te arriveren.

Degene bij de NS die deze haltes bedacht heeft moet nodig terug naar de schoolbanken. City betekent namelijk stad in het Engels. Logischerwijs zou de trein dus tussen steden moeten stoppen.x

Nu staat Brouwhuis waarschijnlijk bekend om haar schitterende nieuwbouwwijken, heeft Deurne een aparte windmolen en zo heeft Horst de laatste jaren zelfs een verkeerslicht verworven.x

Maar dat maakt het nog geen steden. Echt niet, ook niet in een land op postzegelformaat als Nederland. Hoog tijd dat de ‘fat controller’ orde op zaken komt stellen in Nederlands treinenland.

Jonger en gewillig

Tja, je bent nu eenmaal niet meer zo fris.

Een beetje verkreukeld. 

Heus waar, ooit smaakte je lekker.

x

Een sneu gevalJe lekt nog wat na. Nat en klef.

Vlekken maken, dat lukt dan weer wel.


Eigenlijk ben je alleen nog maar goed genoeg om de planten te bemesten.

Dus ruil ik je in voor een een nieuw exemplaar.

Iets exotisch misschien.

Jonger en gewillig.

Eigen schuld, dikke bult.


Rare jongens die Nissan autoverkopers

Het autokerkhof

Onze auto is op sterven na dood. Een hartaanval. Een paar laatste stuiptrekkingen en hij kan nog net naar de IC versleept worden. Het is niet de eerste keer dat hij ons in de steek laat, al een tijd vertoont hij ouderdomskwaaltjes. En hoewel hij al die jaren (niet zo’n trouwe) dienst gedaan heeft gedaan, is een harttransplantatie toch te duur voor zo’n ouwetje.

Dat wordt afscheid nemen. Euthanasie. De stekker eruit. Hup naar het autokerkhof.

Midlife

We rouwen een paar uur om onze financiële verlies en gaan dan als echte midlifers op zoek naar een jong blaadje. Fris, nog onbeschadigd. Helaas worden deze jongelingen zoals dat in een zuidelijk land hoort goed bewaakt door hun weinig commerciële beschermverkopers. Deze willen niet zomaar afscheid nemen van de onbevlekte jeugd, daar moet je wel wat voor doen.

15 kamelen

Dus doen we een paringsdans met Nissan, en nog een. Hoewel we bereid zijn de vraagprijs te betalen, lukt het niet om de gewenste auto te veroveren. De financiele crisis in Spanje en die in Japan zijn nog niet doorgedrongen tot de verkoopafdeling van dit merk. Men wil hun koopwaar duidelijk niet afstaan. We laten de Japanse jongeling voor wat het is, we flirten nog wat met de Fransen, maar besluiten uiteindelijk toch maar te gaan voor een maagdelijk witte Spaanse vervoerspartner. Vijftien kamelen en wat dadels verder zijn we het eens.